Toen ik leraar geschiedenis was op een middelbare school, werd ieder jaar, en bij hetzelfde hoofdstuk, de volgende vraag gesteld; ‘Heeft Jezus echt bestaan?’ De vraag was eenvoudig te beantwoorden; ‘een Jezus heeft echt bestaan’, een antwoord dat geen enkele van mijn leerlingen kon bekoren. Zij die geloofden vielen over het lidwoord ‘een’, de areligieus opgevoede leerlingen vielen over het feit dat ik zijn bestaan toch bevestigde.
Een uitleg over deze historische Jezus moest ik door tijdgebrek altijd achterwege laten. Zelfs het begin van een uitleg heeft onherroepelijk een lang debat tot gevolg, en er zijn belangrijker dingen in het curriculum van het voortgezet geschiedenisonderwijs dan de historische waarheid achter Jezus. Zoals de sinds de canon verplichte ‘Jip en Janneke.’
Ik moest hier aan denken toen mij onlangs dezelfde vraag nog eens gesteld werd. Dit keer door een volwassene. Een persoon die open minded genoeg is om alternatieve (dwz niet-religieuze) versies van Jezus serieus te nemen, maar ook een leek die door de populariteit van de Da-Vinci-codes en de ‘Evangeliën van Judas, Maria en andere tijdgenoten van Jezus’ dermate verdwaald was, dat het gesprek meer ging over de vele Jezus-variaties, dan over die ene, echte, historische persoon die aan al die versies ten grondslag ligt.
Voor mij persoonlijk was de exercitie een openbaring. Hoewel de feiten die we zeker weten over Jezus erg beperkt zijn, bleek het onmogelijk om deze feiten beknopt weer te geven. Een reeks van gebeurtenissen en begrippen die noodzakelijk zijn om de weinige feiten goed te kunnen interpreteren, bleek veel te lang om in een korte uitleg gestopt te worden.
Als ik een goed, beknopt, en voor de leek geschikt boek over de historische Jezus had gekend, had ik dit aan kunnen raden. Zo’n boek ken ik echter niet, wat de aanleiding is om een aantal artikelen over de historische Jezus te schrijven.
Let wel, er worden genoeg boeken over Jezus geschreven. Maar de wetenschappelijk verantwoorde boeken zijn over het algemeen dermate ingewikkeld dat een leek al in de inleiding is verdwaald. Terwijl de leesbare boeken over Jezus vrijwel zonder uitzondering door leken geschreven worden, en een Jezus creëren die op geen enkele wijze historisch genoemd kan worden.
Deze laatste categorie leken-Jezussen kunnen we globaal in twee groepen verdelen. De eerste noem ik voor het gemak de modern-religieuze versie; in deze versie is het Nieuwe Testament nog altijd de leidraad. Alleen als de evangeliën elkaar tegenspreken kiest men voor een variant. Ook worden de dingen die de moderne mens wat ongeloofwaardig overkomen, zoals het lopen over water, anders geïnterpreteerd dan de oorspronkelijke, letterlijke uitleg.
De tweede categorie kunnen we neo-gnostisch noemen. Voor hen zijn de apocriefe geschriften de belangrijkste bron.
Aangezien de gebruikte bronnen, zowel het Nieuwe Testament als de apocriefe evangeliën, allemaal aantoonbaar falsificaties zijn, levert de keuze om deze bronnen als kompas te gebruiken, per definitie een Jezus op, die maar weinig gemeen heeft met de Jezus die in opdracht van Pilatus aan een kruis genageld werd.
Niet dat ik hier wil zeggen dat de historische wetenschappers over dit onderwerp een volledige consensus hebben. Die is er zeker niet, maar dat geldt eerlijk gezegd over ieder onderwerp uit de geschiedenis. Bij personen uit de oudheid is dit nog erger dan voor onderwerpen uit andere periodes. Daarnaast zijn ook veel wetenschappers gelovig, een gegeven dat in dit geval behoorlijk hun uitkomst kleurt.
Zo is voor veel (niet alle) christelijke historici het benoemen van het Nieuwe Testament als falsificatie een brug te ver. Toch zullen ook zij beamen dat we de historisch werkelijkheid niet in dit deel van de bijbel moeten zoeken. Ze zullen dit ‘verdichting’ noemen, of een ander eufemisme voor hetzelfde feit.
Maar ook joodse geschiedkundigen willen nog wel eens hun standplaatsgebondenheid vergeten. Vaak worden modern nationalistische begrippen en motivaties voor het joodse volk uit de eerste eeuw gebruikt, waar het joods nationalisme pas in de 19e eeuw ontstond. Ook projecteren zij antisemitische gevoelens en gedachtes op hoofdpersonen, terwijl ook voor het antisemitisme geldt dat deze pas veel later zou ontstaan.
Voor mijn verhaal gebruik ik toch vaak het Nieuwe Testament. Niet omdat hier zoveel feitelijkheden in staan, maar omdat voor de gemiddelde Nederlander deze versie van Jezus het bekendst is. Maar voordat ik het verhaal echt kan beginnen, moet ik nog een wat uitgebreidere uitleg over de bronnen geven.
Bronnen
Wie het verhaal van de echte Jezus wil vertellen heeft bronnen nodig. Het liefst betrouwbare verhalen van ooggetuigen. Helaas voor ons zijn die er niet.
- De enige bron die misschien oorspronkelijk door een ooggetuige is verhaald, is het apocrief dat we ‘het evangelie van Thomas’ noemen. Overigens gebruik ik hier het woord apocrief onjuist; het evangelie is ouder dan de ‘echte’ evangeliën uit de Bijbel. Ook is het geen echt evangelie; het bestaat uit 114 logia (uitspraken van Jezus), zonder context.
Helmut Koester gaat uit van een datum van oorsprong van rond het jaar 50, wat zou betekenen dat de eerste versie zo’n 13 jaar na de dood van Jezus opgeschreven is.*) Dat is helaas niet de versie die tot onze beschikking staat. Die stamt uit de 5e eeuw, is gevonden in Nag Hammadi en geschreven in het koptisch. Dat betekent dat de oorspronkelijke versie niet alleen gekopieerd is, maar ook vertaald. Dat heeft natuurlijk weer gevolgen voor de betrouwbaarheid van de inhoud.
- Een tweede bron die iedere historicus over dit onderwerp zal raadplegen is Flavius Josephus. Geen ooggetuige, want geboren net na de kruisiging, maar voor de algemene politieke en religieuze situatie in het Palestina van de eerste eeuw, onmisbaar. Zijn betrouwbaarheid is relatief gezien (dwz in verhouding met de bronnen die na hem komen) groot, behalve als het gaat om zaken waar hijzelf bij betrokken is geweest. Als Farizeeër die eerst tegen de Romeinen vocht, en vervolgens overliep, is hij er zo nu en dan iets te opzichtig op uit om zijn eigen straatje schoon te vegen.
- De derde en lang de belangrijkste bron over Jezus, is het Nieuwe Testament. Ontstaan na het jaar 70, aangezien de verwoesting van de Tempel uit dat jaar bij herhaling er in voorkomt. De oudste fragmenten die we hebben stammen uit de 2e eeuw, de eerste volledige versie is nog jonger. Omdat ik deze bron vrij uitvoerig ga tegenspreken, kom ik op de betrouwbaarheid in een later stadium terug.
- Een andere, zij het wat obscure bron, zijn de Dode Zeerollen. Deze geschriften gevonden bij Qumran aan de Dode Zee bevatten een grote verzameling bijbelse en niet-bijbelse teksten. Vooral die laatste zijn voor een beter begrip van de historische Jezus van belang, hoewel hij er als persoon niet in voorkomt. Voor een goede interpretatie van het Nieuwe Testament zijn ze zelfs onmisbaar, en dan met name die geschriften die de eeuw beschrijven die volgt op de executie van Jezus en die eindigt met de Bar Kochba opstand.
- De vijfde bron vat ik samen met het begrip apocriefe geschriften. Dit zijn de gnostische geschriften gevonden bij Nag Hammadi. Wat vindplaats betreft hoort het eerder genoemde ‘evangelie van Thomas’ ook bij deze groep, wat inhoud betreft niet. Alle geschriften zijn koptisch en stammen vermoedelijk uit de 5e eeuw, hoewel ze gebaseerd zijn op voorgangers. Op de reeds genoemde uitzondering na, kunnen we de geschriften dateren ná het Nieuwe Testament, aangezien ze een gnostische tegenhanger zijn, die derhalve soms de verzinsels van het NT overneemt.
Van het Judasevangelie is niet bekend waar deze gevonden is. Gezien de inhoud, maar ook het uiterlijk, is dit evangelie zeer verwant aan wat er in Nag Hammadi is gevonden. Net als de Nag Hammadi gaat het om een gnostisch antwoord op het NT. Het is tevens de meest overduidelijke falsificatie, aangezien Judas nooit werkelijk bestaan heeft, en dus moeilijk een evangelie nagelaten kan hebben. Als bron over Jezus is ze volstrekt onbruikbaar, ik vermeld het alleen vanwege de bekendheid van dit evangelie. Over Judas kom ik later nog te spreken, dus daar laat ik het eerst even bij.
- De Talmud is een verzameling van mondelinge overleveringen van de joden. Eigenlijk moet ik dit in het meervoud schrijven, de Talmuds, aangezien we er twee kennen; de Babylonische en de Jeruzalemse. Ze geven een beeld van de periode, en kunnen soms verhelderend werken wat de inhoud van zowel het NT als de Dode Zeerollen betreft. Jezus komt slechts één keer in de Talmud voor.
- Als laatste wil ik nog Eusebius vermelden. Zeker geen ooggetuige, want hij leefde in de 3e en 4e eeuw, maar zijn historisch werk is gebaseerd op bronnen die soms verloren gegaan zijn, en die we dus alleen via Eusebius kennen.
*) Koester, Helmut, 1992; Ancient Christian Gospels, Their Origin and Development, Trinity Press International.
Flavius Josephus
Het werk van Flavius Josephus is politiekhistorisch van aard en heeft geen religieuze motivatie. Dat wil niet zeggen dat hij niet religieus was, het atheïsme bestond in zijn tijd niet, maar zijn werk heeft geen religieuze bedoeling, dit in tegenstelling tot alle andere genoemde bronnen. Het is geschreven in toegankelijk, eendimensionaal Grieks, terwijl de religieuze bronnen vrijwel allemaal van een ander type taal gebruik maken, dat voor de gemiddelde leek erg ontoegankelijk is, en snel tot misvattingen leidt.
Het is dan ook geen wonder dat de moderne collega-historici van Josephus, geneigd zijn z’n werk hoog aan te slaan. Zijn werken beslaan de geschiedenis van de Joodse opstand (De Joodse Oorlog), de geschiedenis van Joodse volk (De Oude Geschiedenis van de Joden), zijn eigen leven (Iosepou bios) en een polemiek tegen Apion (Tegen Apion).
In zijn werken komt Jezus welgeteld twee keer voor, en wel in ‘de oude geschiedenis van de Joden’.
Het eerste fragment wordt ook het Testimonium Flavianum genoemd, en werd door de middeleeuwse gelovigen als de belangrijkste wetenschappelijke ondersteuning voor het NT gezien.
Boek XVIII, [63]:
In die tijd leefde Jezus, een wijs man, voor zover het geoorloofd is hem een man te noemen. Hij verrichtte namelijk daden die onmogelijk geacht werden, en hij was leermeester van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. En veel Joden alsook velen van de Grieken bracht hij tot zich. Hij was de Christus. Ook nadat Pilatus hem op aanwijzing van de eerste mannen bij ons de straf van het kruis had opgelegd, gaven zij die het eerst in liefde waren gaan leven niet op. Hij was namelijk verschenen op de derde dag, opnieuw levend. De goddelijke profeten hadden die dingen over hem gezegd. Tot op de dag van heden is de naar hem genoemde groep van de christenen niet verdwenen. *)
Historici gaan ervan uit dat dit fragment niet de versie is die Josephus geschreven heeft, maar dat er door middeleeuwse kopiisten later zinnen en zinsdelen aan zijn toegevoegd. Deze heb ik ongecursiveerd weergegeven.
Maar het is niet alleen de middeleeuwer waar we rekening mee moeten houden. Ook het vertalen van de oorspronkelijke Griekse tekst naar (in dit geval) het Nederlands geeft mogelijkheden om de tekst christelijker te maken dan de oorspronkelijke versie. Ter vergelijking van de bovenstaande tekst daarom een andere, Engelse vertaling;
At this time there appeared Jesus, a wise man. For he was a doer of startling deeds, a teacher of the people who receive the truth with pleasure. And he gained a following both among many Jews and among many of Greek origin. And when Pilate, because of an accusation made by the leading men among us, condemned him to the cross, those who had loved him previously did not cease to do so. And up until this very day the tribe of Christians, named after him, has not died out.**)
Het is evident dat de geciteerde Nederlandse versie veel ‘christelijker’ is dan de Engelse. Met name ‘daden die onmogelijk geacht werden’ lijken de wonderen uit het NT te bevestigen, waar ‘startling deeds’ van alles kan betekenen.
Dit eerste fragment over Jezus werd door christenen altijd belangrijk gevonden. Zo belangrijk dat er dus zelfs een titel voor verzonnen is (Testimonium Flavianum). Zo belangrijk dat er zelfs in moderne vertalingen aan gesleuteld wordt.
Voor historici is het tweede fragment echter veel belangrijker. Want hier komt iets aan het licht wat het uitgangspunt van onderzoek zou kunnen zijn, dat ons dichter bij de historische Jezus brengt.
Boek XX, [200]:
Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van Jezus die Christus genoemd wordt – de man heette Jacobus – en enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden.*)
Deze Jacobus kennen we uit het NT als de apostel Jacobus. Of beter gezegd één van de twee apostelen Jacobus. Volgens Josephus was Jakobus dus de broer van Jezus, en werd hij net als zijn broer geëxecuteerd. Dit keer niet door de Romeinen, maar door de Sanhedrin onder leiding van de hogepriester Ananus.
Voor historici is dit het spoor dat tot de echte Jezus leidt. Want over Jacobus vertellen de bronnen veel meer dan over Jezus.
wordt vervolgd
*) F.J.A.M. Meijer en M.A. Wes, 1998; De oude geschiedenis van de Joden Ambo/Amsterdam
**) John P. Meier, 1991; The Roots of the Problem and the Person, Yale University Press